Extra hulp
|
Zorgniveau
|
Wat houdt het in?
|
Voor wie?
|
Door wie?
|
Frequentie
|
Hoe wordt u als ouder op de hoogte gehouden/ geïnformeerd?
|
|
Niveau 1
|
Goed onderwijs in klassenverband, rekening houdend met verschillen tussen leerlingen.
|
Voor alle leerlingen (100%)
|
De leerkracht
|
Elke dag
|
Via de verslagen en de 10- minuten-gesprekken
|
|
Niveau 2
|
Extra zorg in de groepssituatie
|
Voor de leerlingen die behoefte hebben aan extra of verlengde instructies op één of meerdere vakgebieden (ca. 25%)
|
De leerkracht
evt. met hulp van de onderwijsassistent en/of ondersteund door de IB-er/RT-er.
|
Elke dag
1 à 2x per week
|
Via de verslagen en de 10- minuten-gesprekken
|
|
Niveau 3
|
Specifieke hulp bij een bepaald vak of aandachtsgebied vastgelegd met een RT-handelingsplan
|
Voor individuele of kleine groepjes leerlingen (ca 10%)
|
De zorgspecialist of RT-er op verzoek en in nauwe samenwerking met de leerkracht.
Zorg op dit niveau kan ook worden geïnitieerd door de IB-er. Daarnaast volgt, ondersteunt en evalueert zij deze hulp op individueel -en op schoolniveau.
|
Maximaal 2 periodes per schoolloopbaan
Extra begeleiding in het kader van het dyslexieprotocol vindt gedurende 2 periodes in groep 4 plaats.
|
(meestal mondeling) via de leerkracht
Ib’er/leerkracht
|
|
Niveau 4
|
Diagnostiek en behandeling van buitenaf:
· onderzoek door onderzoeksbureau;
· aanmelding bij het Onderwijs Loket Bovenschoolse Zorg(OLBZ)of Zorg Advies Team (ZAT);
· reventieve ambulante begeleiding(PAB);
externe hulpverlening ingeschakeld door ouders..
|
Individuele leerlingen die voor een of meerdere vakgebieden met een handelingplan werken (ca. 4%)
|
De IB-er.
Zij ondersteunt de leerkracht bij het uitvoeren van het handelingsplan en zorgt voor overleg tussen alle betrokkenen (onderzoeker, ouders, externe begeleiders, trajectbegeleiders)
|
Indien een leerling zodanig complexe leerproblemen heeft dat advies van buitenaf noodzakelijk is, bijv. als gevolg van een leerstoornis of een gedragsprobleem wordt onderzoek bij een extern instituut (bij Eduniek of via de GGZ) aangevraagd.
Indien structurele zorg nodig is (bijv. langdurige RT bij ernstige dyslexie/dyscalculie/hoog-begaafdheid) bestaat er de mogelijkheid voor ouders om externe zorg in te kopen. Deze extra begeleiding kan in sommige gevallen* wel op school plaatsvinden.
|
Via een oudergesprek, vaak met ib’er erbij.
Over zorg op dit niveau worden ouders altijd geïnformeerd en om toestemming gevraagd.
|
* Indien de zorg via het Leespaleis (onderdeel van het bovenschools samenwerkingsverband het NIS) ingeschakeld wordt. De mogelijkheid van ondersteuning voor hoogbegaafde kinderen binnen school wordt onderzocht.
Speciaal (basis) Onderwijs / Externe RT / Rugzak
Indien wij niet (meer) in staat zijn tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van een kind, kan het nodig zijn het kind te verwijzen naar het Speciaal basisonderwijs (voorheen LOM of MLK) of naar het Speciaal Onderwijs. Dit is bijv. nodig als:
· de veiligheid van medeleerlingen/medewerkers in het gedrang komt;
· het kind structureel extra ondersteuning van een rt’er nodig heeft om tot leren te komen;
· zodanig intensieve ondersteuning op het gebied van werkhouding nodig heeft dat dit in een groep van ca. 28 kinderen niet meer haalbaar is;
· als het kind ‘t sociaal-emotioneel niet aan kan in een grotere groep /bij ons op school te functioneren.
In dit soort gevallen worden de grenzen die onze zorg kan bieden bereikt.
De Kosmos heeft in vergelijking met andere scholen een laag verwijzingspercentage naar het Speciaal (basis) Onderwijs. Dit past in onze filosofie dat wij zoveel mogelijk kinderen binnen het regulier onderwijs willen onderwijzen.
Als de grenzen aan onze zorg echter bereikt zijn, moeten wij een beroep doen op de ouders. Als een kind bijv. niet zonder RT voldoende tot leren kan komen, wordt ouders gevraagd deze RT extern te regelen. School werkt zoveel mogelijk samen met deze externe RT. De Kosmos biedt de faciliteit om dyslexiebegeleiding vanuit het Leespaleis op school onder schooltijd plaats vinden, wat een zo laag mogelijke belasting voor kind en ouders betekent.
Ook kan het zijn dat school met behulp van het rugzakje het kind nog wel kan begeleiden. In dat geval wordt de school door een expertisecentrum begeleid (ambulante begeleiding) en krijgt de school extra middelen om aan de onderwijsbehoeften van die leerling tegemoet te komen. De intern begeleider ondersteunt de leerkracht en coördineert de noodzakelijke externe contacten.
Bovenschoolse onderwijsondersteuning van de samenwerkingsverbanden NIS en PC Eemland
‘Samenwerken aan krachtige kinderen in een krachtige context’
Soms vraagt een kind zo’n specifieke onderwijsondersteuning, dat we als school handelingsverlegen zijn. We vragen ons dan bijvoorbeeld af hoe we dit kind op onze school, in deze groep het beste kunnen begeleiden. Om beter zicht te krijgen op de specifieke onderwijsbehoeften van een kind, kunnen we als school een aanvraag doen bij het Onderwijs Loket Bovenschoolse Zorg (OLBZ). Zo’n aanvraag doen we uiteraard altijd in overleg met de ouders.
Het OLBZ bestaat uit professionals die de school en ouders kunnen ondersteunen in het vinden van de juiste tools, zodat het kind zich weer verder kan ontwikkelen in de breedste zin van het woord.
Het OLBZ kan doorverwijzen naar o.a. het bovenschools Zorg Advies Team van PC Eemland en NIS, het ZAT. Het Zorg Advies Team is een multidisciplinair team van specialisten op de verschillende aspecten van leerlingenzorg en op het gebied van ontwikkeling van kinderen en het gezin. Het team geeft geen directe hulp aan de kinderen, maar adviseert, ondersteunt en begeleidt de school en de ouders van het kind. Daarnaast coördineert het ZAT alle interventies die worden ingezet om af te stemmen op en aan te sluiten bij de onderwijszorgbehoeften van het kind. Het ZAT is er voor alle kinderen in de basisschoolleeftijd.
Het bovenschools ZAT van PC Eemland en NIS bestaat uit trajectbegeleiders, orthopedagogen, een psycholoog, diagnostici, jeugdgezondheidszorg (GGD), jeugdhulpverlening (Bureau Jeugdzorg), schoolmaatschappelijk werkers en vertegenwoordigers van REC2, REC3 en REC4.
Zo werken wij met elkaar aan krachtige kinderen in een krachtige context.