Home
De School
Ons onderwijs
Maria Montessori
Tevredenheidspeiling
Kanjertraining
Burgerschap
Onderwijsverslag 2009-2010
Zorg
Montessori kernwaarden van De Kosmos
Voor ouders
Interne mail en noodnummers
Formulieren en aanmelden
Documenten
Nieuwsbrieven
Culturele Kunstzinnige Vorming en techniek
De groepen
Fotoalbums
Contact
inloggen voor team
Inloggen voor ouders
    Montessori kernwaarden van De Kosmos

De montessorikernwaarden

 

De Kosmos opereert in lijn met de filosofie van Maria Montessori, en het is dan ook niet verwonderlijk dat de identiteit voor een groot deel is terug te voeren op de montessorikernwaarden. Deze kunnen we kort verwoorden met de steekwoorden:

1.       handje
2.       plantje
3.       kleedje
4.       werkje
5.       rust
6.       stilte

1.2.1 Handje…
‘Handje’ staat voor de persoonlijke aandacht die er in het montessorionderwijs is voor het kind. Het begint met een hand bij de deur. Op dat moment zijn het kind en de leerkracht begonnen met hun werkdag. “Wat ga je doen? Waar heb je zin in? Wat heb je van gisteren onthouden?” zijn vragen die al bij de deur gesteld worden. Het kind gaat naar binnen, verzorgt de plant (hierover later meer) en begint met zijn of haar werk. De keuze van dat werk ligt bij het kind, de intensiteit waarmee dat werk gedaan wordt laten we ook zoveel mogelijk vrij. Binnen het begrip voor persoonlijke aandacht zit ook het recht van het kind op een eigen werkcurve. Het ene kind begint graag met het allermoeilijkste werk en kan daarmee lang doorwerken, de ander functioneert beter als hij/zij de ochtend rustig kan starten met een kort en eenvoudiger werkje.

1.2.2 Plantje
‘Plantje’ staat voor de levende omgeving. Allereerst natuurlijk de plant zelf. Kinderen leren in de onderbouw welke zorg een plant nodig heeft. Onze schooltuinen zijn een vervolg hierop. In deze tuinen leren kinderen van en over de natuur en hoe je hier verantwoord mee om gaat.

Naast de planten en de tuin staat ‘plantje’ ook voor de mensen om je heen. Kinderen worden bewust van het feit dat ze samen zijn en leren dat ze verantwoordelijk zijn voor elkaar. Ook de ontwikkeling en erkenning van elkaars eigenheid hoort hierbij. Dit is een leerproces dat is verweven door de gehele montessorischoolloopbaan.

1.2.3 Kleedje
Het ‘kleedje’ gaat over de dode omgeving:  op school zijn dat onder andere de klas en de materialen. Het kleedje zelf is in alle groepen terug te vinden. Een uitgerold kleedje is een werkplek op de grond, waar iedereen met respect omheen loopt. Verder hebben we een beperkte hoeveelheid materiaal per groep. Kinderen leren om zorgvuldig met het materiaal om te gaan en om het materiaal weer netjes op te ruimen. Het is immers van iedereen! De leerkracht zorgt voor een uitdagende omgeving (voorbereide omgeving): voor ieder kind is er wel iets te vinden wat aanspreekt en aanzet tot verder leren. Verder hebben we in alle groepen taakjes: kinderen leren dat ze gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor hun omgeving. Met grote regelmaat wordt er op school door de kinderen gepoetst, geveegd en worden de matten geklopt. De taakje zijn bedoeld om het zorgen voor de omgeving gestructureerd aan te leren. Het streven is dat de zorg voor de omgeving in de bovenbouw een gewoonte is en een verantwoording is, die de kinderen uit zichzelf oppakken.

Kosmisch onderwijs
‘Plantje’ en ‘kleedje’ zijn onderdeel van de Kosmische pedagogiek. Het kosmisch onderwijs stimuleert de ontwikkeling van het wereldbeeld van de kinderen. In kosmisch onderwijs gaat het om de (natuurlijke) ordening van de wereld om ons heen. Het gaat om de samenhang die we in de wereld ontmoeten.

Op de Kosmos werken wij met TOPondernemers, een methode waarbinnen kinderen projectmatig bezig zijn met onderwerpen vanuit de aardrijkskunde, biologie, geschiedenis en techniek. Binnen deze methode komen de montessorikernwaarden ‘handje, plandje en kleedje’ ruimschoots aan bod.

1.2.4 Werkje
‘Werkje’ staat voor al het werk dat gedaan wordt.

In het traditionele montessorionderwijs is de keuzevrijheid heel erg groot. Door inrichting van de omgeving daagt de leerkracht de kinderen uit om te komen tot gevarieerd en moeilijker werk. In de traditionele vorm is het onderwijs kindvolgend, het kind geeft – middels gevoelige perioden – aan, waar de interesses en leermomenten liggen.

In ons neo-montessoriaanse onderwijs, waar kerndoelen, die landelijk bepaald zijn door het ministerie,  ook zeker belangrijk zijn, zijn we niet meer uitsluitend kindvolgend bezig. De maatschappij stelt eisen aan onderwijs, leerkrachten stellen eisen aan kinderen. Voor ons is de uitdaging om binnen deze maatschappelijke eisen, de keuzevrijheid vorm te geven.

Tijdens de werktijd mag een kind zelf kiezen waar hij of zij aan werkt. Er is dus sprake van een vrije werkkeuze, maar er worden  met de leerkracht wel zaken afgesproken. Denk dan aan de hoeveelheid werk, het resultaat van het werk en de werktijd. Soms zijn deze afspraken klassikaal, maar vaak ook individueel.

In de onderbouw is de keuze vrijheid het grootst, al wordt de keuzevrijheid soms beperkt, als een kind langdurig eenzijdig kiest. In de hogere bouwen werken kinderen vaak met dag- of weektaken, waarbinnen zij zelf hun werk kunnen inplannen. Als het afgesproken werk af is, is er wel weer keuzevrijheid. Helemaal klaar is een kind dus nooit, er is altijd nog wel wat te kiezen en te leren!

Binnen de keuzevrijheid leren we kinderen om zelf na te denken over hun werkcurve. Sommige kinderen beginnen graag met moeilijk werk, anderen doen liever eerst iets wat ze al snappen. Sommige kinderen verdelen het rekenwerk liefst over de hele week, anderen maken liever alles in een keer af en weer anderen schuiven het zo ver mogelijk voor zich uit. Leerkrachten begeleiden kinderen om zich bewust te worden van deze persoonlijke voorkeuren en leren ze de consequenties inzien.

Voor wat betreft de inhoud van het werk hebben wij een hele brede keuze. We gebruiken zowel de methodes als de bijbehorende materialen, maar hebben daarnaast uiteraard het montessorimateriaal.

Binnen ons onderwijs werken we dus niet met een lesrooster, waarin staat dat we om 9.00 uur rekenen, om 10.00 uur taal en om 11.00 uur handarbeid doen. Wij hebben in onze lesrosters werktijd ingepland. De leerkracht geeft binnen deze werktijd (individuele) instructie, de kinderen kiezen wat ze doen.

Op deze manier leren we kinderen zelf verantwoording te nemen over wat ze leren en hoe ze dat doen.


1.2.5 Rust
Rust ontstaat vanzelf, als kinderen ‘lekker’ werken. Dit is werk op het juiste niveau (niet te moeilijk, niet te makkelijk, maar net een beetje meer dan je al kunt). Je voelt je competent en ervaart dus succes! Dit geeft vaak inspiratie en energie om verder te willen en te kunnen. Kortom: een situatie waarin het heel prettig is om te werken. Een situatie die je de daaropvolgende dag graag opnieuw wilt beleven. Zelfs kinderen uit de lagere groepen kunnen dit al heel goed aangeven als gewenste situatie om in te werken.

1.2.6 Stilte
Stilte is een moment om te reflecteren. Van oudsher heeft Montessori al stiltelesjes, waarin kinderen geleerd wordt om echt even helemaal niets te doen. Dit is dus ook de fase om goed na te denken over wat je wilt en hoe je dat wilt bereiken. Vanuit deze fase, waarin het gedrag genormaliseerd is, leren kinderen dan om over te gaan tot een fase van werken en inspanning.

Hiermee is dan de cirkel rond….

 

     
     
 
 
Copyright 2009 De Kosmos | Privacybeleid | Gebruiksovereenkomst